Zeevissen

De Zeepier
Zeepieren
Een van de bekendste aassoorten is de zeepier. De reden hiervan is vooral de gemakkelijke verkrijgbaarheid van dit aas. In praktisch elke hengelsportzaak zijn zeepieren te koop. Ook is het zeer goed mogelijk zelf zeepieren te spitten (steken). Een tweede zeer belangrijke reden is, dat veruit de meeste bij ons te vangen vissen wel te verleiden zijn met een zeepier. Op een enkele uitzondering na, is elke zeevis te vangen met zeepier.

ZeepierZeepieren kopen is uiteraard de gemakkelijkste manier om aan dit aas te komen. Het is echter zeker niet altijd de beste manier. De meeste vissen hebben namelijk een sterke voorkeur voor zeer vers aas. Zeepieren die al lange tijd in de koelkast hebben gelegen, hebben soms een veel mindere vangkracht dan zeepieren die een paar uur voor het vissen zijn gestoken.

Een van de eigenschappen van de zeepier is, dat hij zichzelf van binnenuit opeet. Een zeepier die lange tijd zonder voedsel is geweest, is soms niet meer dan een dun velletje met een bijna vloeibare inhoud. Voor het vissen is hij dan vrijwel onbruikbaar. Controleer dus goed of de gekochte zeepieren nog vers zijn. Dit is niet moeilijk. Bij aanraking moeten de zeepieren bewegen.

Zelf zeepieren spitten (steken, zegt de zeevisser) is natuurlijk een tijdrovend en niet al te licht karwei. Maar om aan vers aas te komen is het vaak wel de beste manier. Op een aantal plaatsen is het mogelijk zelf zeepieren te steken. Je hebt dan meestal wel een vergunning nodig, informeer hier dus naar. Het gemeentehuis of de plaatselijke VVV kan je vaak verder helpen.

Zandhoopje_zeepierDe plaatsen waar de zeepieren zich bevinden, herken je aan de vreemde hoopjes op het zand. Deze hoopjes worden namelijk veroorzaakt door de zeepier. Op de plaatsen waar veel van deze hoopjes te vinden zijn, kan je dus zeepieren steken. Het beste gaat dit met een spitvork. Met een gewone schep is de kans groter dat de zeepieren beschadigd worden.

Maak eerst een gat van ongeveer 30 cm diep. Als dit is gebeurd, steek je met de spitvork steeds een stuk van de kant af. Het is alsof je plakken cake van de kant af snijdt. Steeds steek je een plak van ongeveer 10 cm dik van de kant. Deze plak gooi je opzij en met behulp van de spitvork kijk je voorzichtig of er zeepieren tussen het zand zitten. Op deze manier doorgegaan, ontstaat er een soort sleuf in het zand. Graaf vooral op de plaatsen waar je de hoopjes ziet die de pieren veroorzaken.

De gevonden pieren kunnen in een emmer. Als het warm weer is, is het goed om de emmer met water te vullen. De pieren blijven dan goed vers. Ververs dit water wel af en toe. Een bijkomend voordeel is dat de pieren dan goed schoon worden. Na het steken, kunnen de pieren in een emmer zonder water. Doe een paar lagen krant op de bodem, zodat het vocht kan wegtrekken. Vervoer ze zo koel mogelijk.

Thuisgekomen worden een paar kranten uitgespreid op het aanrecht of de werkbank. Tel steeds 50 pieren af en leg die op een (hele) uitgespreide krant. Leg ze een beetje losjes bij elkaar en vouw er een plat pakje van. Dit ritueel wordt herhaald totdat alle pieren verpakt zijn. Deze pakjes dienen koel te worden bewaard. Een ideale plaats is de groetelade van de koelkast. Als dit niet kan (of mag), is het ook mogelijk de pakjes te bewaren in een koelbox met een paar koelelementen erbij. Zorg er wel voor dat de pieren niet kunnen bevriezen! Doe dus een paar lagen krant tussen de pakjes en de koelelementen. Op deze manier is het goed mogelijk de pieren minimaal een paar dagen goed vers te houden. De pakjes zijn ook erg gemakkelijk mee te nemen naar de visstek.

Bij het spitten komt het nog al eens voor dat er beschadigde pieren naar boven komen. Deze hoeven echter niet te worden weggegooid. Ze zijn nog zeer goed bruikbaar als aas. Wel hebben ze een andere behandeling nodig.

Een beschadigde pier moet worden leeggestreken. Dit kan goed met de vinger of met de achterkant van een mes. Als eerste wordt de kop van de pier er afgesneden. Nu wordt met de vinger of de achterkant van een mes vanaf de staart richting de kop gestreken. Op deze manier komen de ingewanden naar buiten. Er blijft nu een omhulsel over. Deze 'stijkpier' vangt beslist niet minder goed dan de onbeschadigde pier. Wanneer de stijkpier vlak voor het vissen even op iets hards wordt gegooid, krimpt hij een beetje ineen tot een zeer stevig stukje aas. Afgooien zal niet gauw gebeuren. Bewaar de stijkpieren wel apart van de overige pieren! Pieren kunnen namelijk niet goed tegen het vocht dat bij beschadigde pieren naar buiten komt, vandaar.

De scharvissers onder ons weten al wat er wordt bedoeld met zoute pieren. Het zijn zeepieren die, vaak overgebleven na een vistocht, worden ingezouten. Deze zeepieren vormen dan een zeer goed aas voor met name schar.

Ingezouten pieren maak je als volgt. De zeepieren worden gelijkmatig uitgespreid over een dikke krant. Je moet echt een flinke laag kranten gebruiken. Over de zeepieren wordt een laagje keukenzout gestrooid. Niet te zuinig zijn, de pieren moeten goed gezouten worden.

Laat alles een paar uurtjes intrekken. Het overtollige vocht zal in de krant trekken. De pieren worden iets kleiner en een stuk taaier. Ze verspreiden ook een bepaalde, vooral voor schar aantrekkelijke, geur.

Doe de pieren in een plastic zak en doe er nog een beetje schoon zout bij. De zak wordt goed dichtgebonden en op een koele plaats weggelegd. Dit blijft maanden goed. Op deze manier heb je altijd aas bij de hand. Vooral in de winter is dat erg prettig. Want we gaan natuurlijk liever vissen dan pieren steken op een koude winterdag. We hoeven overgebleven zeepieren vanaf nu nooit meer weg te gooien. Prachtig toch?

Ingezouten zeepieren vormen, zoals gezegd, een goed aas voor schar. De speciale lucht die ze verspreiden schijnt voor de schar erg aantrekkelijk te zijn. Ook voor gul zijn ze goed te gebruiken. Andere vissen zijn er volgens mij minder gek op. Paling en tong heb ik er nog nooit mee gevangen. Maar dat kan ook komen doordat ik in de zomer nooit zeepieren overhoudt om in te zouten. Ik denk eigenlijk dat er nauwelijks verschil in vangkracht zal zijn. Als je het niet vertrouwt: vis eens een keer met twee hengels, de ene met vers aas en de andere met ingezouten zeepieren. Je zult zelf ervaren dat schar vaak de voorkeur geeft aan het ingezouten aas. Het zou me niets verbazen als dat ook voor bijvoorbeeld tong zou gelden.

Zagers zijn ook op deze manier te conserveren. Ze worden ook iets kleiner en taaier. Ook veranderen ze van kleur. Schar en gul zijn er nog steeds prima mee te vangen. Ik kon geen verschil merken met verse zagers.

Voor kleinere vis, zoals platvis, is een enkele pier op de haak meestal voldoende. Een pier wordt in zijn geheel op de haak geschoven. Zelf begin ik meestal bij de kop (de mond), maar bij de staart beginnen is ook goed. Prik de haakpunt in de mond van de zeepier en schuif hem, zonder door de zijkant te prikken, in zijn geheel op de haak. De haakpunt komt er bij de staart weer uit. Als je bij de staart begint, is dit uiteraard andersom. Wanneer de pier langer is dan de haak, schuif je hem verder op de haaklijn. Gewoon een beetje oefenen. Na een paar keer proberen gaat het bijna vanzelf. De pier mag gerust een beetje op de haaklijn blijven zitten. Tijdens het werpen schuift hij namelijk toch naar beneden en komt hij op de haak te zitten. Als je het niet vertrouwd, gewoon de pier een beetje naar beneden schuiven. Hij zit dan een beetje op de haak gepropt en vormt een lekkere vette hap.

Grotere vis vraagt meestal om groter aas. Een grote zeebaars of gul zal een grote hap aas aantrekkelijker vinden dan een enkel piertje. Zet daarom meer pieren op een haak. Gewoon de eerste pier in zijn geheel op de haaklijn schuiven waarna de tweede en meestal derde en zelfs vierde pier volgt. Behalve de laatste, worden ze allemaal op de haaklijn geschoven. Als je de laatste pier op de haaklijn hebt gezet, worden de eerste pieren voorzichtig naar beneden geschoven. Ze zitten dan op, of vlak boven, de haak gepropt. Op deze manier verkrijg je een flinke hap aas. Er mag gerust een deel van het aas boven de haak zitten. Een grote gul of zeebaars zal het geheel in een keer naar binnen slokken, vaak inclusief een eventueel op het aas aanwezige krab.